Ik weet niets van boksen. Ik heb trouwens ook niets met boksen. Sterker nog, als ik boksen op tv voorbij zie komen, zapp ik weg omdat ik er naar van word. Gek genoeg kwam het beeld van een boksring pas wel bij mij op. Op de een of andere manier voelt het als een treffende metafoor voor de gevoelens van levend verlies die ik al jaren ervaar.
Ik zie mijzelf in de ring staan en klap na klap incasseren. Ik probeer ze te ontwijken, ik zie hoe ik mijn best doe. Soms lukt het om zelf een goede stoot uit te delen waardoor ik de tegenstander even van mij af weet te houden. Maar onherroepelijk krijg ik daarna weer een nieuwe stoot te verduren.
Op moment dat ik tijdens de time-out in de touwen hang en op adem probeer te komen, denk ik; Ik gooi de handdoek in de ring. Maar precies op dát moment zegt de coach; Er komt een nieuwe ronde. En die is met een nieuwe, frisse tegenstander. Ik weet dat je moe bent maar je zal toch die ring in moeten. Je kunt het, beetje vertrouwen in jezelf, kom op!’
Dus daar ga je. Opnieuw geef je alles. Opnieuw komen de klappen uit alle hoeken en blijf je amper staande. Maar het lukt. Vraag niet hoe, maar het lukt om overeind te blijven. En dan is daar weer die time-out. Heel even wat water, heel even adem halen. Maar voor je het weet hoor je de bel alweer en zit er niets anders op. Daar ga je, ook al sta je te tollen op je benen.
Opnieuw een ronde val rake klappen. Al hoestend en proestend, puur op wilskracht overleef je ook deze ronde. Nieuwe klappen terwijl je eigenlijk nog bij staat te komen van de vorige ronde.
En zo gaat het maar door. Elke keer weer die ring in. En telkens staat er weer een andere tegenstander waar je je toe moet verhouden. Soms lijken het meerdere tegenstanders in dezelfde ring. En soms voelt het zelfs alsof je in meerdere boksringen tegelijk aan het strijden bent. Van echt bijkomen is geen sprake. Herstellen van eerder opgelopen blessures is nauwelijks mogelijk. Sterker nog, je raakt steeds meer toegetakeld en je bent gehavend (al is dat voor je omgeving lang niet altijd zichtbaar).
Wij hebben in de afgelopen 17 jaar meermalen in de boksring gestaan, maar de afgelopen 3 jaar stond ik, stonden wij, er wel heel vaak. Te vaak. Ondanks al het oefenen, alle fysio en alle hulpmiddelen verloor onze zoon veel. We namen telkens weer een beetje meer afscheid en kregen er eigenlijk vooral zorg(en) bij. Of het nu zijn longen, gewicht, spieren, blaas of rug betrof. Elke keer die ring weer in. Elke keer weer knokken, je beste been voorzetten om vervolgens te moeten concluderen dat je ook deze ronde weer niet zal winnen. En op het moment dat we denken, en nu is het echt wel even genoeg, precies op dat moment moesten we pas terug de ring in. Over terugkerende gevoelens van verdriet en rouw gesproken.
Minke Verdonk augustus 2025


